De tweede halte ging het totaal mis: de trein werd bestormd door een horde mensen, die ook een zitplaats wilden. Ze hingen op een bepaald moment aan de ijzeren tralies van de coupe. Alle ruimte was ineens verdwenen en het resultaat was met z’n drieën in elkaar gewrongen te moeten zitten op een plek voor twee. De volgende tien uur stond het overgrote deel, half hangend over diegenen die zaten. Het hele gangpad was gevuld met hangende mensen. In de trein kwam het sociale gebeuren op gang. Mensen die praatjes met elkaar met elkaar maakten. De chai verkoper met z’n: zangerige CHAI CHAI CHAI CHAI CHAI! . Er is een T-shirt gemaakt met als strekking: 150 year of Indian railways bringing people closer together , dat de lading van de ervaring wel aardig dekt.
Na tien uur kwamen we aan op het station voor noord Goa. Hier kreeg ik de shock van mijn leven: midden op het perron stond een man die eruit zag als op het schilderij waarop je een gezicht van een man ziet dat opgebouwd is uit stukken fruit, maar dan geschilderd. Overal op zijn lichaam en over zijn hele gezicht zag je uitstulpingen en zweren. Het benam mij letterlijk de adem. De volgende shock was een helse taxirit naar Chapora. De chauffeur, niet gehinderd door tegemoetkomend verkeer, haalde alles wat ook mijn zijn gang belemmerde met totale doodsverachting in. Een ervaren Engelse India-ganger maakte mij dit op de dag van mijn vertrek in Mumbai duidelijk door een kruisgebaar te maken als dank voor een heelhuids vertrek uit India. Ik was nauwelijks begonnen.











